Zo werken wij
Aan de voorkant een collega, aan de achterkant een dashboard
Elke collega heeft twee kanten. Aan de voorkant doet hij zijn werk, zichtbaar voor uw klanten en uw team: hij belt, schrijft, zoekt uit of legt uit. Aan de achterkant heeft u een dashboard waarop u ziet wat hij doet, hoe goed hij het doet en waarmee u hem bijstuurt.
Op dat dashboard staan drie dingen bij elkaar die in een organisatie meestal in drie verschillende systemen zitten. Een wijziging in de functieomschrijving verandert zijn gedrag vanaf het eerstvolgende gesprek, want die omschrijving is tegelijk de instructie waarmee hij werkt. De stand bepaalt hoeveel vrijheid hij daarbij heeft: uit, meekijken, waarbij hij voorschrijft en u verstuurt, of zelfstandig. Zo begint een nieuwe collega altijd onder toezicht en groeit hij pas door als het werk klopt.
Functieomschrijving
Wat de collega doet en wat hij niet mag. Dit is tegelijk zijn instructie, dus u past hem aan en het gedrag verandert mee.
Beoordeling
Hoe goed hij het doet op de punten die u belangrijk vindt, gemeten over de laatste dertig dagen.
Prestaties en signalen
Wat hij heeft gedaan, wat het heeft gekost en waar hij uw aandacht voor vraagt.
Het aardige gevolg
Uw collega gaat mee in de beoordelingsronde
Omdat elke collega een functieomschrijving heeft en op vaste punten wordt gescoord, kunt u hem meenemen in de beoordelingscyclus van uw eigen team. U bespreekt dezelfde vragen als bij een medewerker: haalt hij zijn norm, waar loopt hij vast, en wat moet er het komende kwartaal beter. Het verschil is dat bijsturen hier één veld is dat u aanpast, en dat de verbetering er de volgende werkdag al is.